Verhaal

Witte of Lambertuskerk te Heemse

Witte of Lambertuskerk te Heemse

Eén van de weinige monumenten in de gemeente Hardenberg is de Witte of Lambertuskerk aan de Scholtensdijk in Heemse, in de volksmond wel het witte kerkje genoemd (voor het eerst wit geverfd tijdens de restauratie in 1936).

De grote zwerfsteen aan de voet van de toren, een heidense offersteen, kan er op wijzen dat hier in de achtste eeuw, toen de christianiseren in deze streek plaatsvond, een kapelletje is gebouwd, waaruit de huidige kerk is voortgekomen. 

 

 

Het zou Lebuïnus zijn geweest, die de kerk stichtte. Rond 750 na Chr. kwam hij met Marcellinus naar deze streken om het evangelie te prediken. Waarschijnlijk was het kapelletje een eenvoudig houten gebouwtje. Als eerste pastoor wordt in 1129 Luder genoemd.

Bij de laatste restauratie is gebleken dat de huidige kerk tot in de 13de eeuw een houten voorganger moet hebben gehad. Toen was er ook al sprake van het "kerspel Heemse". Een kerspel is het gebied dat tot een bepaalde kerk behoort. Omstreeks 1300 is het houten kapelletje vervangen door een stenen kerkgebouw. Het moet een sober uitgevoerd zaalkerkje zijn geweest op een fundament van zwerfkeien. De muren waren opgetrokken van brokken ijzeroer die gevonden werden in de oerbanken in de Vechtbedding. Ze werden met schepen aangevoerd. Door de bepleistering van de muren in de 19de eeuw zijn deze niet meer zichtbaar.

 

 

In de 15de eeuw werd de kerk uitgebreid met het koor. Daarvan zijn aan de buitenkant de steunberen te zien. Ook kwamen er gotische ramen en gewelven. Het hoofdaltaar in het koor was gewijd aan St. Lambertus, die de schutspatroon van de kerk was. Er waren verder nog twee altaren in het koor, gewijd aan St. Anna en aan het Heilig Sacrament. Vier wandnissen uit die tijd zijn bij de laatste restauratie zo goed mogelijk hersteld. Dit geldt ook voor de vijfde nis, die werd ontdekt toen de oostelijke ingang werd gesloopt (uit veiligheidsoverweging is de deur in 2006 weer teruggeplaatst). Een klein sacramentsnisje is ook nog aanwezig.

 

 

In dezelfde tijd werd ook de toren gebouwd (nu 31 m.). De muren van de toren hebben een dikte van plm. 1,50 m. tot op 2/3 van de hoogte van de toren. In de toren zijn ook grote brokken ijzeroer verwerkt. In de torenmuur kan men nog wel een aantal van deze ijzeroerblokken zien. In de toren hangen twee klokken. De oudste, gewijd aan St. Lambertus, stamt uit 1520 en is gegoten door Hinricus de Tremonia (Hendrik van Dortmund). Het opschrift op de klokrand luidt:

“Sancta Lamberte is mijn name, Mijn geclanck sij Godt bequame. De levende roep ic. Henricus de Tremonia me fecit. Anno 1520". De oorspronkelijke ophangkroon ontbreekt.

 

 

De tweede klok is in 1829 vervangen door een nieuwe (gegoten door de firma Petit en Fritsen uit Aarle-Rixtel), omdat de oude tijdens het “kerstluiden” gebarsten was. 

De kerk was in 1524 nog van een strodak voorzien. In 1547 werden 2000 dakpannen gekocht om een deel van het gebouw met pannen te dekken.                                                                                          

Onder invloed van de kerkhervorming maakt omstreeks 1610 de Rooms-Katholieke kerk plaats voor de Protestantse kerk. (80-jarige oorlog, kerkhervorming) De altaren, beelden en muurschilderingen verdwenen. Er begon een periode van verval en verwaarlozing. Gedurende een periode van 30 jaren, van 1633 tot 1662, werden er in de kerk helemaal geen diensten meer gehouden, totdat men in 1662 daarmee weer begon.

Uit dat jaar is nog het eikenhouten achterschot van een bank (wandfries) met het opschrift “ANNO CHRISTI 1662" aanwezig. De eikenhouten preekstoel (nu beschilderd) dateert blijkens het daarin aangebrachte jaartal uit 1681 en is in 1936 tegen de zuidelijke gevel geplaatst.

 

 

In 1686 werd opnieuw een restauratie uitgevoerd. De kerk kreeg grotere ramen. Dit was mogelijk door de muren van het schip te verhogen. Eén van de balken van de toen aangebrachte nieuwe balklaag vermeldt nog het jaartal "ANNO 1686". Uit die tijd stamt ook de herenbank voor de plaatselijke adel.

 

 

De storm op 1 december 1717 vernielde de torenspits. Dit was mogelijk een gevolg van nalatig onderhoud. In 1786 werd de toren getroffen door de bliksem, waarvan nog sporen zichtbaar zijn; er werd echter geen ernstige schade aangericht. 

Het in 1746 aangebrachte uurwerk wordt nu bewaard in de Oudheidkamer. De wijzerborden zijn in 1937 vervangen. Bij de laatste restauratie (1975-1977) is een nieuw uurwerk aangebracht.

Clara Feyoena van Raesfelt van Sytzama, de Vrouwe van Heemse, schonk in 1807 kort voor haar dood een orgel aan de kerk "uit liefde voor de godsdienst". Daarvoor werd een galerij gebouwd tegen de toren. Het orgel heeft 110 jaar dienst gedaan. De Vrouwe van Heemse was dichteres, o.m. van enkele kerkliederen. Heel bekend is het lied "Wij knielen voor uw zetel neer".

 

 

In 1917 werd het Clara Feyoena-orgel verkocht aan de kerk in Pesse (Drenthe) en vervangen door een orgel, geschonken door de koopmansfamilie Vinke te Amsterdam. Dit orgel werd bij de restauratie van '75-'77 opnieuw vervangen. Het front van het nieuwe orgel werd aangepast bij de 19de eeuwse stijl van het kerkinterieur. Sommige vormen van het nieuwe orgel zijn ontleend aan het orgel uit 1807.

In 1828 is tegen de noordgevel een consistoriekamer gebouwd. Voordien vergaderde de kerkenraad in herberg "De Rustenbergh", "waar het aangenaam warm was …" Deze consistoriekamer is in 1936 verdwenen, toen de kerk werd uitgebreid met een vleugel aan de noordzijde, waarin ook een nieuwe kerkenraadskamer werd opgenomen. Alle banken worden vernieuwd.

De restauratie van 1975-1977 is uitgevoerd onder leiding van architect D. Weima uit Velp, m.m.v. Monumentenzorg. Men vond restauratie in 19de-eeuwse stijl het meest acceptabel. De raamopeningen kregen weer hun oorspronkelijke hoogte en houten kozijnen. Om een meer harmonisch geheel te krijgen werd de vleugel aan de noordzijde bepleisterd. Het interieur, met name de banken, onderging een belangrijke verandering. In de ruimte vóór de preekstoel (1681) werd een aantal banken vervangen door iepen stoelen met biezen zitting. Het aantal zitplaatsen bleef 385.

 

 

In de vloer bleven vier oude grafzerken zichtbaar uit de 15de tot en met de 18de eeuw, waaronder een priesterzerk in het middenpad met het opschrift “Int jaer ons Heren 1525 … Gheert Moll pastor in Hee(m)se” en de afbeelding van een miskelk; ook de steen van Johanna Judith baronesse Blanckvoort vrouwe toe Hofstede en Blankhemert uit 1739.

Op twee balken na is de gehele zolder uit 1686 vernieuwd. Eén van de nieuwe balken draagt het opschrift "Hersteld 1975-1977". Het balkenplafond is nu weer in het zicht gekomen. Vrijwel alle houtwerk is in lichte geelbruine kleur geschilderd.

Drie massief koperen kroonluchters zorgen voor een passende sfeervolle verlichting.

Het typisch Romaanse doopvont van Bentheimer zandsteen uit ± 1200, heeft opnieuw een plaats gekregen vóór de preekstoel. Van 1681- 1936 stond het doopvont in de pastorietuin als bloembak.

 

 

In die tijd gebruikte men voor de doop een zilveren schaal op een antieke smeedijzeren houder (1681), bevestigd aan de zijkant van de preekstoeltrap. Op de preekstoel ligt een oude bijbel op een zeldzame koperen lezenaar.

 

 

De kerk van Heemse is een historisch waardevol gebouw, waarin 700 jaar ontwikkeling en groei zijn af te lezen.

 

 

Sint Lambertus

Sint Lambertus was van 670 tot 706 bisschop van Maastricht. De Katholieke Kerk vereert hem als martelaar (17 september). Lambertus werd omstreeks 638 geboren in Maastricht als zoon van een adellijke familie. Zijn oom, de heilige Theodardus was Lambertus' voorganger als bisschop van Maastricht. Theodardus werd rond het jaar 669 vermoord, toen hij op weg was naar de Merovingische koning van Austrasië, Childerik II. Die benoemde vervolgens Lambertus tot bisschop van Maastricht.

 

(Austrasië was het noordoostelijk deel van het Merovingische koninkrijk. Het besloeg het oosten van het huidige Frankrijk, het westen van Duitsland, België ten oosten van de Schelde en delen van Nederland. De hoofdstad van het rijk was Metz, hoewel sommige koningen ook vanuit Reims regeerden). Lambertus was bisschop ten tijde van de strijd om de macht in het Austrasiche koninkrijk. In 675 werd Lambertus' beschermheer, Childerik II vermoord en greep hofmeier Ebroin de macht. Die verbande Lambertus naar de Abdij van Stavelot bij Malmedy. Na Ebroins dood in 682 werd Lambertus door Pepijn de Dikke hersteld in zijn bisschoppelijke waardigheid.

Samen met de Heilige Willibrord heeft Lambertus een grote bijdrage geleverd aan de uitbreiding van het bisdom en aan de kerstening van Brabant en de Duitse Kempen. Als bisschop was hij een groot verdediger van de kerkelijke immuniteit.

Lambertus werd op 17 september 706 vermoord door Dodo in de buurt van Luik, omdat hij geprotesteerd had tegen de buitenechtelijke verhouding van Pepijn. Toen Dodo hem wilde neerslaan, zou Lambertus hebben gezegd: "Als ik vlucht, kan ik aan het zwaard ontkomen, als ik blijf zal ik of vallen of overwinnen, maar de eindoverwinning zal mij niet ontgaan." 

Lambertus werd begraven in het graf van zijn vader in Maastricht. Later, toen de bisschoppelijke zetel werd verplaatst naar Luik, werd ook het stoffelijk overschot van Lambertus daarheen gebracht.

Na zijn dood kwamen veel pelgrims naar zijn graf. Er zijn in Nederland ongeveer 150 kerken aan Lambertus gewijd. De heilige Lambertus wordt in Nederland en België nog steeds vereerd.

 

 

 

Reacties