Verhaal

Verhuizen van Oud-Lutten naar Zuid-Dakota in 1892

Van Oud-Lutten naar Zuid-Dakota verhuizen

Emigratieplannen

In de hele vorige eeuw vertrokken er veel Nederlanders naar Noord-Amerika. Ook uit de gemeente Ambt-Hardenberg zijn veel mensen de oceaan overgestoken om in het land van de onbegrensde mogelijkheden een beter bestaan op te bouwen. Amerika was voor velen het land van de toekomst. Ook Albert en Jennigje Veneman uit Oud-Lutten dachten na over de voor- en nadelen van emigratie.

 

 

Van tijd tot tijd werden er wervingsacties gehouden en tussenpersonen probeerden door middel van brochures en lezingen mensen te overreden naar de Verenigde Staten te gaan. De Amerikaanse regering beloofde een vrij stuk land als ze zich er vestigden en het vijf jaar bewerkten.

Een jeugdvriend van Albert Veneman, Albert Beltman, was enkele jaren eerder geëmigreerd naar Zuid-Dakota, een land dat in die jaren erg in de belangstelling stond. In 1879 was het westelijk deel opengesteld voor vestiging. In 1880 al kwamen uit allerlei landen de kolonisten binnengestroomd die rechten hadden verworven tot exploitatie van een stuk land.

In het jaar 1882 waren er in Zuid-Dakota al nederzettingen van allerlei nationaliteiten. Ook Nederlandse emigranten hadden zich gevestigd in de streek van Platte Colony, waaronder de families Schaapman, Van de Voort, Weertman en Dijk uit Overijssel en nog vele anderen.

Over de oceaan

Wat moest je veel dingen loslaten, als je dan eindelijk na lang wikken en wegen toch besloot de grote stap te wagen. In een ander werelddeel, helemaal opnieuw beginnen. Afscheid nemen van iedereen en alles wat je lief en dierbaar was. Te bedenken dat je je familieleden nooit terug zou zien. Maar toch gingen Albert en Jennigje  met hun vijf kinderen in leeftijd van 1 tot 13 jaar emigreren. Na voldaan te hebben aan veel formaliteiten en na veel voorbereidingen waaronder het verkopen van hun boerderij was het op 22 oktober 1892 zover dat ze huis en haard, familie en vrienden verlieten om het grote onbekende tegemoet te gaan. Hun einddoel was Zuid-Dakota in Noord-Amerika, in de hoop daar een thuis en een betere toekomst te kunnen opbouwen.

Het afscheid van de familie was heel aangrijpend en verdrietig. Ze gingen er van uit dat het de laatste keer zou zijn dat ze elkaar op aarde zouden zien.

Men reisde vanuit Oud-Lutten naar Dedemsvaart en van daar via Lichtmiskanaal en de Nieuwe Vecht naar Zwolle met een "jaagschuit", een scheepje dat door een paard werd getrokken.

In Zwolle aangekomen stapten ze in de trein naar Rotterdam. De volgende dag kochten ze kaartjes voor twee hutten op het s.s. Spaarndam, van de Holland-Amerika.

 

 

De familie Veneman stak de Atlantische oceaan over in dertien dagen op weg naar hun nieuwe vaderland. Het weer was gunstig behalve één dag van storm die de meeste passagiers zeeziek maakte. Na dertien dagen kwamen ze aan in New York-City waar ze die eerste nacht verbleven in Hotel Amsterdam. De volgende dag stapten ze in de trein naar het westen. In drie dagen spoorden ze naar Mitchell, Zuid-Dakota. Ze overnachtten in het stationsgebouw en arriveerden de volgende dag in Armour,Zuid-Dakota, het eindpunt van de Milwaukee lijn.

Ze werden daar begroet door Albert Beltman, z'n oude schoolvriend en Jacob de Lange die hen meenamen naar hun huis bij Edgerton, een afstand van ongeveer 30 mijl. Een dorpje in de prairies van Zuid-Dakota.

Ze kwamen eerst bij het met zoden gedekte huis van de familie de Lange, die hen verwelkomden en hun een maaltijd aanboden. Daarna gingen ze weer 2 mijl verder naar de tweekamerwoning van Albert Beltman waar ze bleven. Het huis had maar één bed maar door veldbedden te maken was dat gauw geregeld. De volgende dag werd er een bed in elkaar getimmerd en er werden twee "rolbedden" gemaakt voor de kinderen. Zeven weken genoten ze hier gastvrijheid bij hun oude schoolvrienden. Maar wat was dat huisje vol! Ze waren met vier volwassenen en acht kinderen, maar waar vrede en vriendschap is, daar is ruimte voor allemaal.

 

 

Daarna huurden ze de boerderij "Gerrit Hoekje", twee mijl ten oosten van Edgerton en drie mijl zuidelijk van Platte. Hier begonnen ze te boeren met één koe, wat kippen en een span ossen. Wat was het opwindend en wat moest je een geduld hebben om met ossen te werken, vooral als je ze niet kende!

Op een dag was Albert aan het ploegen, het was erg warm en de ossen vonden het veel te heet om te werken. Ze trokken ploeg en drijver midden in een waterpoelen genoten van de koelte! Het vergde heel wat stuurmanskunst om het hele spul er weer uit te krijgen. Al gauw verkocht hij de ossen en kocht paarden. Zo leefden ze het leven van de Dakota-pionier onder allerlei weersomstandigheden. Dan weer kampend met droogte en dan weer lijdend onder een sprinkhanenplaag of ander ongedierte.

Het leven was er harder en moeilijker dan ze ooit hadden kunnen denken. Ze hadden te maken met een klimaat dat heel koud kon zijn in de winter en snikheet in de zomer. Ze woonden ver van een stedelijk gebied en het verlangen naar Oud-Lutten was soms groot.

 

 

Toch waren er ook veel positieve ervaringen. De solidariteit onder de emigranten was hartverwarmend en ze hadden in hun nieuwe woongebied ook veel goede vrienden en kennissen.

Ze waren lid van de Reformed Church in Platte, die dienst voerde in het Nederlands. Ze voelden zich nauw betrokken bij de Nederlandse gemeenschap en ze spraken altijd Nederlands. Toch moesten ze wel een beetje Engels machtig zijn bij het zaken doen en in winkels. Verder gebruikten Albert en Jennigje tegen de kinderen steeds hun oude Lutterse dialect.

De kinderen ging stuk voor stuk het huis uit en Albert en Jennigje passeerden de zestig en ze besloten een kleiner huis op het erf te bouwen en zich bezig te houden met het verzorgen van hun mooie boomgaarden tuin. 

 

 

Jennigje leed aan astma en daarom verhuisden ze in 1917 naar Modesta in Californië waar hun oudste zoon Gerrit zich gevestigd had en bouwden daar een 20acres boerderij. In de winter van 1917 in de Eerste Wereldoorlog werd hun jongste zoon John opgeroepen in dienst. Ze moesten toen hun boerderij bewerken met de hulp van een knecht. In november 1918 kwam John terug uit Frankrijk, op Wapenstilstandsdag.

Op 11 mei 1927 vierden Albert en Jennigje hun gouden huwelijk met al hun kinderen en kleinkinderen om zich heen. 

De jaren gingen voorbij en de leeftijd van Albert en Jennigje begon een woordje mee te spreken. Vaak zaten ze samen op een bankje in de tuin en dan praatten ze met weemoed over de tijd dat ze nog in Oud-Lutten woonden. Over hun familie, die ze zo gemist hadden, over de school en de kerk en de dominees. Deze gesprekken werden altijd in het dialect gevoerd. Het was alsof ze op die manier hun stille heimwee een plaats konden geven.

 

 

Op 19 mei 1938 overleed Albert Veneman op de leeftijd van 85 jaar. Hij werd begraven op het kerkhof van Ripon. Er volgde een moeilijke tijd voor Jennigje die toen al erg zwak was. Op 22 september stierf ook Jennigje. Ook zij werd te ruste gelegd op het kerkhof van Ripon, naast haar man.

 

Tekst van J. Luisman-de Jonge, uit Rondom den Herdenbergh

Reacties

afbeelding van J. Luisman-de Jonge
Mevr. Ann Veneman, de achterkleindochter van Albert Veneman en Jennigje Nijboer was in de periode 1995-1999 minister van landbouw van Californië. In 2001 toen president Bush aantrad, werd Ann Veneman (van wie de roots in Oud-Lutten liggen) minister van Landbouw van de Verenigde Staten! Een wakkere vrouw met een geweldige carrière op het gebied van landbouwpolitiek.