Verhaal

Jonkheer Sweder Schele van Weleveld kocht havezate Venebrugge in 1614

Auteur: 
G. Jonkhans-Kampman 

De belangstelling voor de persoon van Jonkheer Sweder Schele van Weleveld werd bij ons in de loop van de jaren gewekt door het feit, dat hij in 1614 het "goed" te Venebrugge kocht, destijds een havezate. Tot dit "goed", met nog veel onontgonnen heidevelden behoorde ook het erve "Stubben" ten zuiden van de Radewijker beek in Radewijk, onze boerderij. Het huis te Venebrugge, een zogenaamd versterkt huis, lag - en ligt nog - aan de Hessenweg ten zuidoosten van het (Schout) Ambt-Hardenberg aan de grens.

De Hessenweg was een belangrijke handelsroute voor de doorvoer naar en handel op het koninkrijk en de stad Hannover. Deze route was zo belangrijk voor Zwolle, dat bisschop Rudolf van Diepholt in 1438 aan Zwolle het privilege gaf, dat alle goederen, die via Venebrugge binnenkwamen op de markt in Zwolle verhandeld moesten worden. Ook nu nog is de huidige Hoogenweg een belangrijke en drukke verkeersader tussen Zwolle-Hardenberg en Duitsland.
Het gehucht Veenebrugge of Venebrugge werd het eerst vermeld in het "Perkamentboek" van Utrecht en we! in 1196. Venebrugge viel toen onder het gezag van de bisschoppen van Utrecht. Venebrugge dankt zijn naam aan de veenbrug die rond 25 voor Christus door de Romeinen werd aangelegd, ten tijde van Drusus, bijgenaamd Germanicus, een stiefzoon van keizer Augustus. Rond het Huis te Venebrugge treft men nog schansen aan, verdedigingswerken, daterend van 1364! Deze moesten aanvankelijk worden onderhouden door de "kastelein" van Venebrugge. Een kastelein behartigde zelfstandig het bezit van de eigenaar, in dit geval een paar boerenbedrijven en woeste gronden. Het Huis Venebrugge heeft vele kasteleinen zien komen en gaan! Ook vele eigenaren, waaronder Jonkheer Sweder Schele van Weleveld en Venebrugge. Door deze koop mochten de nakomelingen van de jonker zich ook laten verschrijven vanwege de havezate Venebrugge en kregen zij het recht zitting te nemen in het College van Ridderschap en Steden van Overijssel, toen nog het Oversticht.

Het voorgeslacht van Sweder Schele 

De adellijke familie Schele was oorspronkelijk afkomstig uit de omgeving van Osnabrück. De grootvader van Jonkheer Sweder Schele van Weleveld, ook Sweder Schele genaamd, was omstreeks 1490 in Westfalen geboren. Hij was eigenaar van het "Wasserschlosz" Schelenburg bij Schledehausen. In 1521 huwde Sweder Schele sr. met erfdochter Anna van Weleveld (Welvelde) en werd mede-eigenaar van de havezate Weleveld in de marke Zenderen bij Borne in Twente. 
                                                  Wasserschlosz Schelenburg bij Schledehausen
De bezittingen in Twente liet men beheren door een rentmeester. De familie bleef op de Schelenburg wonen, de kinderen Schele kregen les zowel thuis als in Osnabrück, Münster en Emmerich. Caspar, de oudste zoon van Sweder en Anna, heeft ook nog in Oldenzaal school gegaan.

In 1543 ging de familie onder invloed van Maarten Luther over op de Lutherse leer. Caspar ging in Wittenberg studeren en was volgens de overlevering dikwijls te gast bij Maarten Luther (1483-1546).
Christoffer, de jongste zoon, ging in Hannover studeren. Rond 1547 ging de 18-jarige Christoffer naar het hof van de Gelderse legeraanvoerder Maarten van Rossum, in Vaassen op de Cannenburgh. Maarten stond bekend als een "dapper krijgsman". Ook bij Karel van Gelre en Karel V stond hij in hoog aanzien. De opleiding van Christoffer bij Van Rossum tot militair, werd door het overlijden van zijn ouders afgebroken. Zowel Caspar als Christoffer keerden terug naar de Schelenburg. Ze werden het eens over de boedelscheiding. Stamhouder Caspar kreeg de Schelenburg en het overgrote deel van de Westfaalse bezittingen. Christoffer kreeg het Weleveld bij Zenderen, de geboortegrond van zijn moeder Anna van Weleveld., en nog wat goederen in Drenthe. Hij vestigde zich in 1556 op het Weleveld. In 1558 trouwde Christoffer Schele van Weleveld (geb. 1529) met Judith Ripperda (geb. 1535), de oudste dochter van Unico Ripperda, drost van Salland, die op het Huis Boxbergen woonde bij Deventer. De bevestiging van het huwelijk had plaats in Holten! Het echtpaar kreeg tien kinderen, acht dochters en twee zonen.

Met de helm op geboren 

De twee zonen waren Sweder Schele, geboren 2-9-1569 en Daniël Schele, geboren 6-11 - 1574. Vóór Sweder Schele waren al zeven dochters geboren, waarvan er vier al zouden sterven voor haar dertigste verjaardag. Met de komst van Sweder (1569) was er een mannelijke opvolger geboren. Hij werd Luthers gedoopt in de kerk van Borne, de middeleeuwse St. Stephanuskerk. De drost van Salland, Eggerik Ripperda, hield het kind ten doop. De Peetouders waren Adolph van Rutenberg en Lucretia van Twickelo. De laatste was de echtgenote van Goossen van Raesfelt, de drost van Twente destijds. Volgens de vroedvrouw, die assisteerde bij de geboorte, was Sweder "met de helm op" ter 3 wereld gekomen. Dat betekende de aanwezigheid van een vlies om het hoofd. Dit zou geluk brengen. Sweder schreef ruim twintig jaar later hierover: "Bakerpraat, daar valt niet op te bouwen, het is beter om op God te vertrouwen!" 
Sweder bracht zijn jeugd op het Weleveld door, hij ontving daar ook zijn eerste onderricht, onder andere van de predikant van Borne. 

Hij begon rond 1590 een kroniek bij te houden, waarin hij niet alleen de lotgevallen van zijn familie beschreef, maar ook de oorlogshandelingen tijdens de tachtigjarige oorlog, die een jaar vóór zijn geboorte was uitgebroken. Hij beschrijft zijn geliefde Weleveld als volgt: "Het Huis ligt een eind verwijderd van de doorgaande routes. Daarom zongen de soldaten zo omstreeks 1590: "Dat huisz te Wellevort ligt an einen düsteren Ordt".  Weleveld had de beschikking over een wind- en een watermolen. De rondom wonende boeren horen allemaal onder het Huis en één derde deel van Borne valt onder het bezit van het Weleveld.  "Het Huis ligt er fraai, dichtbij goed viswater, een jachtgebied, en genoeg bouwland. De beste rogge van Twente groeit op de Welevelder es. Er is ook geen gebrek aan weidegrond, zoals elders in Twente", aldus Sweder.

De oorlogshandelingen en plunderingen nemen toe. De boeren vormen zelf legertjes. Ze ondervonden grote schade van zowel de Spaanse als de Staatse troepen. De familie Schele zocht bescherming bij de Duitse familie op de Schelenburg in Schledehausen. In 1580 stuurden de Spanjaarden een leger naar het noorden. Christoffer Schele en zijn gezin weken uit naar Schüttorf in de graafschap Bentheim. De Spaanse en Staatse troepen troffen elkaar op 17 juni 1580 op de Hardenberger heide bij de zogenaamde Stalbrink te Venebrugge. De Staatse troepen onder leiding van Hohenlohe verloren deze slag. In 1582 kreeg de familie bericht van de rentmeester van het Weleveld, dat troepen het Huis hadden geplunderd en als onderkomen gebruikten. Aan terugkeer viel voorlopig niet te denken. Gelukkig had zijn rentmeester, Johan Scholten, bijtijds het huisarchief naar de pastorie in Borne gebracht, evenals meubilair en voorraden voedsel. Het gezin Schele vond onderdak bij familie in Rheine en op de Schelenburg bij Osnabrück. Uiteindelijk huurde men in Rheine de "Staelshof" van Didrich Stael en ging men daar wonen. 

Op het Weleveld waren in 1583 op een zeker moment driehonderd tot vierhonderd man ingekwartierd. Tot overmaat van ramp brak een pestepidemie uit, die vele slachtoffers maakte. Er stierven tenslotte zoveel soldaten, dat men de doden rechtstreeks vanuit de vensters van het Huis in de gracht gooide. Spoedig daarna verlieten de overgebleven troepen het huis en stond het leeg.
In 1584 bereikte de familie Schele het bericht dat de Prins van Oranje in Delft was doodgeschoten. Het Weleveld bleef in Spaanse handen, de overgebleven goederen werden geconfisqueerd. De boeren ondervonden veel schade van de rondtrekkende troepen, gevestigd in Oldenzaal.

De Spaanse autoriteiten schreven regelmatig brieven aan Christoffer Schele om in Oldenzaal te verschijnen. Daar voelde hij weinig voor. Van vrienden kreeg hij het advies om zich in dienst van de koning van Spanje te stellen. Het antwoord van Christoffer was: "Ik ga niet dienen vanwege een bepaalde oorzaak, ik vind het belangrijk een schoon geweten te houden". 

Sweders opleiding 

Vader Christoffer stuurde in 1587 zijn toen 18-jarige zoon Sweder naar de universiteit van Jena in Thüringen, destijds een van de beroemdste universiteiten in Duitsland. Sweder Schele studeerde in Jena rechten en geschiedenis. In 1589 was hij weer bij zijn ouders op de Schelenburg en begon toen aan zijn huiskroniek te werken. Daarbij maakte hij gebruik van de aantekeningen, die zijn in 1578 overleden oom Caspar van de Schelenburg voor dat doel had gemaakt. 
In juli 1589 werd Sweder door zijn vader naar de universiteit van Marburg gestuurd, hij liet zich daar inschrijven als student onder de naam: Sweder Schele in Welfeld, Belga! Zijn naamgenoot en neef onder de naam Swederus Schele, Westphalus. Ze waren twee jaar in Marburg student.

Op 2 juni 1591 zag Sweder samen met zijn oom onder vrijgeleid (die men moest kopen) zijn Weleveld terug. Volgens Sweder was het totaal "zerrissen" door de langdurige leegstand. De muurankers waren verdwenen en de balken merendeels verrot of gestolen. Ook honderden jonge eiken op het landgoed waren omgezaagd ten behoeve van een nieuwe palissade voor de stad Enschede, op initiatief van de Spaanse kapitein Mario Martinengo! In juli 1592 vertrok een Staatsleger onder aanvoering van Prins Maurits naar Coevorden. Ootmarsum werd belegerd en veroverd. Het Weleveld werd ontruimd, het omliggende platteland werd gezuiverd van Spaanse soldaten. Helaas werden Ootmarsum en Almelo weer opnieuw door de Spanjaarden heroverd. Sweder Schele noteerde deze oorlogshandelingen nauwkeurig in zijn kroniek.

Zoals gebruikelijk bij de opvoeding van jonge edellieden en patriciërszonen, werd ter afsluiting een "grand tour" ondernomen. Ondanks de onzekere situatie vertrok ook Sweder met enkele vrienden stroomopwaarts langs de Rijn, in 1598. Zijn metgezellen waren: Everwijn van Bentheim, zoon van Arnold, graaf van Bentheim en Engelbert George van Westerholt, zoon van de drost van Bentheim. Via Bazel bereikte men tenslotte Genève, waar de vrienden zich bekwaamden in de Franse taal. 
Sweder kreeg toestemming om ook nog door te reizen naar Italië. Over de Alpen bereikte men de universiteitsstad Padua, waar hij Italiaans studeerde en kunstgeschiedenis. Ook Rome werd bezocht, zijn vurige wens. Volgens zijn mening hadden zijn verre voorouders daar gewoond! Helaas is het reisverslag verloren gegaan, maar in de kroniek door Sweder bijgehouden, kan men veel informatie terugvinden.

Na zijn terugkeer uit het buitenland zat Sweder niet stil. Er kwam bericht uit Twente, dat men zonder gevaar voor gevangenneming naar het Weleveld kon terugkeren. Na zestien jaar ballingschap was de politieke situatie zodanig, dat er weer terugkeer mogelijk was. Vader Christoffer en zoon Sweder reisden onmiddellijk af naar het kerspel Borne. Op 21 augustus 1596 zagen ze, dat het Weleveld een bouwval was geworden. Het uit 1563 stammende poortgebouw kon provisorisch worden opgeknapt, zodat het gezin Schele er weer kon wonen, wat de bevolking in Twente goed deed. 

Voor het invallen van de winter was ook een deel van het hoofdgebouw weer hersteld, zodat meubels en voorraden weer naar het Weleveld konden teruggebracht. In 1597 ondernam prins Maurits een veldtocht. Via de Gelderse Achterhoek, waar Groenlo en Bredevoort werden veroverd, bereikte het leger in oktober het drostambt Twente. Zonder tegenslag werd Enschede op 18 oktober ingenomen en vervolgens belegerde Maurits de stad Oldenzaal, dit nam wat meer tijd in beslag, maar in Ootmarsum gaf het Spaanse garnizoen zich na een kort beleg over. 

Sweder volgde actief de krijgsverrichtingen en bezocht verschillende keren de Staatse troepen van prins Maurits. Volgens zijn kroniek bezocht ook de weduwe van Willem van Oranje de troepen in Twente. Voor de inmiddels 33-jarige Sweder Schele werd het tijd om naar een levenspartner uit te zien. Zijn huis 't Weleveld was gerestaureerd, dus kon er weer gewoond worden.

Sweders eerste huwelijk 

De vrouw van zijn keuze werd Reinera van Coeverden, afkomstig van het Huis Rhaen aan de Regge. Na de nodige onderhandelingen was het op 27 oktober 1602 zover. Het huwelijk werd in Den Ham voltrokken, door Johannes Lubberding, in aanwezigheid van vele edelen uit Twente, Salland en Westfalen. In het kader van de feestelijkheden had Sweder op het Weleveld een "ringelrennen" (ringrijden) georganiseerd. De eerst prijs werd door hemzelf gewonnen!

Het eerste kind, een dochter genaamd Judith Anna werd op 28 augustus 1603 geboren. In de oude Stefanuskerk te Borne werd ze gedoopt door pastoor Johannes Niehoff. Hij sympathiseerde met de Lutherse leer, evenals Sweder Schele. Volgens de kroniek van Sweder was die zomer erg droog. In Rhaen aan de Regge werd in de drooggevallen rivier een lange, enigszins kromme hoorn gevonden. Hij schrijft hierover: "Sommigen hielden het voor een hoorn, anderen voor een slagtand van een olifant. De Romeinen hebben vroeger deze streken doorkruist. Ze maakten gebruik van olifanten bij oorlogshandelingen." Ook in Ootmarsum schijnt in de stadsgracht een dergelijke vondst te zijn gedaan. Op 10 augustus 1604 werd de eerste zoon van Sweder en Reinera geboren, Christoffer genoemd, naar zijn grootvader, die ook bij de doop aanwezig was. De dienstdoende pastoor was Frederico Kemner. Hij was de opvolger van Johannes Niehoff, die om zijn Lutherse sympathieën moest vertrekken. Later zou Sweder Schele hem terughalen voor zijn huiskapel op het Weleveld. 

In 1605 kregen de mensen in Twente toch weer Staatse soldaten over de vloer. Spinola de Spaanse legeraanvoerder stak in juni van dat jaar de Rijn over. Toen hij in juli in aantocht was, besloot Sweder Schele met zijn gezin naar Zwolle te vertrekken. In augustus liet Spinola Oldenzaal omsingelen en na een twee uur durende beschieting gaf de stad zich over, evenals Lingen. In Zwolle brak in die tijd een mazelenepidemie uit. De kinderen Anna en Christoffer werden allebei ziek. Het zoontje Christoffer stierf op 8 september en werd in de Grote Kerk in Zwolle begraven. Een steen met het wapen bedekt zijn laatste rustplaats. Na dit verdriet kwam er vreugde, want twee dagen later schonk Reinera het leven aan een zoontje. Het kind werd in Zwolle gedoopt en kreeg de namen Christoffer Heimer. Vanwege de militaire activiteiten van de Spanjaarden in Overijssel werd er geen groot feest gegeven. Tegen het eind van het jaar kon Sweder met zijn gezin naar het Weleveld terugkeren. In het jaar daarop stierf zijn vader, op 30 mei 1606. Hij werd begraven op 8 juni in de kerk van Borne. Pastoor Johannes Niehoff had de leiding bij de uitvaart van Christoffer Schele van Weleveld. 

Volgens Sweder diende de adel zich op landbouwgebied duidelijk te manifesteren. Dat moest de primaire bron van inkomsten zijn. Standgenoten die zich met handel of geld wisselen inlieten overtraden een adellijke code! Hij rechtvaardigde wel handelspraktijken door te wijzen op het algemeen belang. Prins Maurits en veel edellieden investeerden in de Oost-Indische en West-Indische Compagnie. Dit diende het belang van het land! Op 4 april 1607 werd op het Weleveld de derde zoon van Sweder en Reinera geboren. Het kind kreeg de naam Gosen Heidenrijk. Pastoor Johannes Niehoff leidde de doopdienst in de Sint Stephanuskerk te Borne. 

Vreugde en verdriet wisselden zich ook hier af. In het voorjaar van 1608 in april overleed de moeder van Sweder. Zij werd, evenals haar man, begraven in de oude kerk van Borne op de leeftijd van 74 jaar. 
Intussen restaureerde Sweder zijn bezit en versterkte de havezate. Er werd een nieuwe buitengracht gegraven. Het werk werd uitgevoerd door Staatse soldaten, afkomstig uit het garnizoen van Hasselt. Dit kon gebeuren, omdat er op 9 april een wapenstilstand was overeengekomen tussen de Spaanse autoriteiten en de Staten-Generaal - het twaalfjarig bestand. Niet elke soldaat hield zich hieraan, Sweder vond, dat bewaking van de poort heel belangrijk bleef.

Sweder Schele kon zich in die tijd niet langer onttrekken aan zijn politieke verplichtingen. In 1612 werd hij als gedeputeerde van Overijssel afgevaardigde naar Den Haag. Het jaar daarop zat hij een belangrijke vergadering van de Staten-Generaal voor. Tijdens zijn voorzitterschap liet Sweder schilderijen in de kamer van de Staten-Generaal ophangen. Een grote slag trof Sweder Schele, toen zijn vrouw Reinera van Coevorden op 2 december 1613 overleed. Zij werd ook bijgezet in de oude kerk van Borne. Als hoofd van de huishouding op het Weleveld nam Sweder zijn nicht Benedicta Schele bij zich op het Huis. Zij was afkomstig van de Schelenburg, het stamslot van de Scheles. 
 

Sweder hertrouwt 

Twee jaar later, op 23 juni 1615 hertrouwde de Jonker met Anna Brawe uit het Duitse Emsland. De kinderen uit zijn eerste huwelijk kregen een goede moeder aan haar. Uit zijn tweede huwelijk met Anna Brawe tot Campe/Dijkhuis werden nog drie kinderen geboren. Een dochter: Elisabeth Benedicta (1616) en twee zonen: Johan Ernst (1618) en Rabo Herman (1620). Deze laatste zoon is heer van Weleveld en Venebrugge geweest. 
                                                     Rabo Herman Schele
Inmiddels had Sweder in 1614 na het overlijden van zijn eerste vrouw, de havezate Venebrugge gekocht, een "goed" van enkele honderden hectares. Tijdens het twaalfjarig bestand trad er een periode van herstel van de economie in, waar ook Sweder van profiteerde. Het erve Stubben kreeg hierdoor een "nieuwe" heer. Sweder waardeerde zijn bezit aan de Radewijkerbeek door er in zijn voorlopige verdeling van zijn bezittingen in 1631 op te wijzen, dat: "Dat goetten Hardenberg, daarto Rawicktusschen die drei erven and die Becke, een goet adelick sitz kan wesen, mitz ankopende eenige groenlanden vor 4 off 5 dusent gulden, hebbende zijn mölle, goede fischerie, jagt en brand genoeg uit die venen (= turf)\" De adellijke sitz is er helaas nooit gekomen. Zoals gezegd is de jongste zoon van Sweder en Anna Brawe heer van de Venebrugge geweest. Hij was een intelligente jongen, ook de meest bekende van de Nederlandse tak van het geslacht Schele. Sweder, zijn vader, herkende de aanleg van zijn zoon; hij zei: "so een goet ingenium schint (te) hebben". Rabo is staatsman en wetenschapper geworden. Tijdens de onderhandelingen, die leidden tot de Vrede van Münster in 1648, was hij adviseur namens de Nederlanden. Rabo Herman Schele van Weleveld en Venebrugge overleed ongehuwd in 1662 op Huize Welbergen op 42-jarige leeftijd. 

Sweder Schele ontving in september 1621 een brief van Ridderschap en Steden van Overijssel. Hem werd dringend verzocht om schriftelijk te verklaren dat hij zich tot de Calvinistische leer zou bekennen. De jonkheer weigerde te tekenen en bleef de Lutherse leer trouw. Dit had tot gevolg, dat hij niet langer welkom was op de landdagen van de provincie Overijssel. Zeer teleurgesteld schreef Sweder: "Also mi nu mher genoegsam bleken is wie die Calvinisten hier te lande tegens onse religie gesinnet." Na het beëindigen van het twaalfjarig bestand laaiden ook de gevechten weer op tussen de Staatse en Spaanse troepen. 

De in 1618 uitgebroken oorlog tussen het katholieke Oostenrijkse keizerrijk en het door protestanten gedomineerde Koninkrijk Bohemen escaleerde tot een grootschalige godsdienstoorlog, waarbij ook de Staten-Generaal betrokken raakten. De keizer wilde zijn geloofsgenoten beschermen, maar ook zijn macht vergroten. Denemarken en Zweden grepen in om hun geloofsgenoten te beschermen en om zelf politieke invloed in Duitsland te krijgen. De beruchte 30-jarige oorlog was losgebarsten in Duitsland.
In het jaar 1624 overleed jonkvrouw Anna Schele, zuster van Sweder Schele. Zij had samen met haar man Johan Oldenhuisz op Huis Welbergen in het Munsterland gewoond. Het echtpaar had geen kinderen. Het Huis Welbergen was belast met schulden, toch besloot Sweder het bezwaarde goed te nemen. Inmiddels was onder bevel van Graaf Ernst Casimir in 1626 een groot offensief ingezet met als doel het land ten noorden van de Rijn van Spanjaarden te zuiveren. Dat lukte. Met 12.000 man Staatse troepen werden Goor en Oldenzaal bevrijd! Twente was onder het Spaanse juk vandaan. Sweder Schele ging met zijn gezin op Huis Welbergen wonen in 1626. Hij nam zijn huiskroniek mee en schreef daar verder. Hij was met recht ooggetuige van de Tachtigjarige en de Dertigjarige oorlog. De vrede van Münster, mede voorbereid door zijn jongste zoon Rabo Herman, getekend in 1648 in Münster en Osnabrück heeft hij helaas niet meer mee kunnen maken, hij stierf op 28 mei 1639 op Huis Welbergen. Hij werd veertien dagen later begraven in het familiegraf in de Stefanuskerk in Borne. Zijn vrouw Anna Brawe overleed op 9 mei 1644 en werd eveneens in Borne begraven.

De Scheles na Sweder 

Zoon Gosen Heidenrijk Schele van Weleveld, geboren 1607, was inmiddels gehuwd met Elisabeth Agnes van Schade tot Ihorst uit het Munsterland. Zij gingen op het Weleveld wonen, nadat vader Schele naar Huis Welbergen was verhuisd. Sweder Schele heeft op het Weleveld een kleinzoon gekregen. Gosen Heidenrijk en Elisabeth Agnes vernoemden het kind naar grootvader Sweder en overgrootvader Christoffer. Tijdens de plechtigheid in de huiskapel bespeelde de organist van klooster Langenhorst het orgel. Met enige trots maakte Sweder in zijn kroniek melding van een gezegde dat over de Scheles de ronde deed: "War die Scheles kommen, daer verbeteren sie het!". Helaas hebben zijn kinderen dit niet kunnen waarmaken. De "huizen" en boerderijen, die in hun bezit waren moesten gerestaureerd worden na de oorlog. Door droge zomers was de roggeoogst verloren gegaan, drie jaren na elkaar. Men kwam in financiële problemen hierdoor. In 1682 moest Jonkheer Willem Hendrik Schele, de vierde zoon van Gosen Heidenrijk en Elisabeth Agnes Schade het Huis Welbergen verkopen. Vervolgens werd in 1686 het "Stubben", de boerderij in Radewijk, verkocht door W.H. Schele. De kopers waren Lubbert Umhoff uit Wielen vlak over de grens en Jan Stubben uit Radewijk, die destijds het Stubben bewoonde. Uit oude documenten van 1686 blijkt dat men 3000 Caroliguldens hiervoor op tafel moest leggen, te voldoen in drie termijnen, 1000 Caroliguldens per jaar, voor een oppervlakte van 300 hectares, waarvan nog een flink stuk onontgonnen heidegrond. 

Het "goed" te Venebrugge werd overgenomen door Berend Hendriks. Hij liet zich vervolgens met de naam "Venebrugge" inschrijven als leen man. Dit geslacht, dat een flink stuk grond ging ontginnen rond het huis te Venebrugge is tot 1860 eigenaar geweest. Door onverantwoord beheer moesten ook zij het goed verkopen. Eigenaar werd Seine Umhoff, afkomstig van het Stubben te Radewijk. Zijn nakomelingen zijn nog steeds eigenaar van het "oude" Huis op de Venebrugge. 
De zoon van Willem Hendrik Schele, Ernst Christoffel Bernard Carel Schele overleed kinderloos. Hij was de laatste mannelijke vertegenwoordiger van het geslacht Schele in Nederland. Zijn zuster Mechteld Schele moest onder armoedige omstandigheden het landgoed en het Huis Weleveld in september 1725 verkopen. Alles wat Christoffer Schele en zijn zoon Sweder onder moeilijke omstandigheden tijdens de Tachtigjarige oorlog in de grensregio aan bezittingen en inkomsten hadden vergaard, werd binnen honderd jaar teniet gedaan.

Eind achttiende eeuw raakte het Huis Weleveld in verval, in 1804 werd het voor af braak verkocht. In 1964 vond onder lei ding van de heer A. L. Hulshoff een opgraving plaats en in 1995 lieten de huidige eigenaren, de heer en mevrouw Kwint-Hanisch Cate, de binnengracht in oude luister herstellen. De vondsten werden destijds in het Bussemakershuis in Borne tentoongesteld. Het Waterschap heeft een monument gerealiseerd als herinnering aan het landgoed. Op de Schelenburg bij Schledehausen woont momenteel de familie Kellermann, wiens moeder een Schele was uit de lijn van Daniël Schele, de jongste broer van onze Jonkheer Sweder Schele van Weleveld en Venebrugge. 

Bronnen: - "Gott betert desen tidt", Jonkheer Sweder Schele, ooggetuige van de Tachtigjarige oorlog, een boek samengesteld door Mr. Adri de Bakker en Drs. Dick Schlüter. - Een aanzet tot inventarisatie en geschiedschrijving door Mr. I. K. V. Korthals Altes, t.g.v. 800 jaar Venebrugge.

Jonkheer Sweder Schele van Weleveld (1569-1639) een verhaal uit het tijdschrift "Rondom den Herdenbergh" van 2000 17/2.

 

Reacties