Verhaal

Hardenberg, van alle markten thuis

Auteur: 
E. Wolbink

De reconstructie van het oude marktterrein van Hardenberg in het kader van het Masterplan, zorgt ervoor dat dit plein er over enkele jaren heel anders uit zal zien dan het de laatste decennia heeft gedaan. Appartementencomplexen met winkelvloeren op de begane grond zullen de toekomstige markt aan vier zijden begrenzen. Het open karakter van de markt verdwijnt.  Sinds mensenheugenis bevindt zich in Hardenberg een marktterrein. In dit artikel wordt de oudste geschiedenis van de Hardenbergse markten beschreven.

Anderhalve eeuw geleden, in januari 1855, werd het bestuur van Stad Hardenberg verzocht opgave te doen van de bestaande markten in die gemeente. Hierom werd verzocht door Gedeputeerde Staten van Overijssel, die bepaald hadden voortaan jaarlijks daarover geïnformeerd te willen worden. Burgemeester en wethouders antwoordden dat sinds onheugelijke jaren de markten waren ingevoerd en dat men in het archief van de gemeente – na aangewende pogingen - geen besluiten had gevonden waarbij de markten waren vergund of ingevoerd. In de meegezonden lijst gaven ze een opsomming van de markten:

- kleine veemarkt, op den derden woensdag in april, den eersten vrijdag in junij, den eersten maandag in julij, den tweeden donderdag in augustus, den derden vrijdag in september, den tweeden maandag in november en den eersten woensdag in december
- kermis, op den laatsten woensdag in augustus
- groote jaarmarkt, op den laatsten donderdag in augustus
- groote veemarkt, op den tweeden dingsdag in october en den laatsten woensdag in october
- weekmarkt voor koorn, op iederen dingsdag

Toch is er in het archief van de stad, anders dan het stadsbestuur in 1855 schreef, wel degelijk iets te vinden over het instellen van een markt.
Al bijna vijf eeuwen eerder, bij het verleggen van de stadsrechten van Nijenstede naar Hardenberg, werd door bisschop Jan van Arkel in de giftbrief ondermeer gesteld:
    Voert sullen si al woensdaghe weeke marct hebben. Voert gheve wy hum Jaerlix vier vrye 
    Jaermarct. Die yerste sal wesen op Sinte Ghierden dach te halve merte. Die andere des
    Sonendaghes voer Sinte Walburghen dach. Die derde op Sinte Peters dach ad vincula.
    Die vierde op Sinte Victoers dach inde hervest. Ende die vriheyt van den mare-ten sal duren
    achte daghe voer ende achte daghe na. Ende die crame zullen vier daghe staen nae eiken
    dach voerscreven.

Hierbij werd dus bepaald dat voortaan iedere woensdag weekmarkt zou mogen worden gehouden. Verder mochten de burgers jaarlijks vier vrije jaarmarkten organiseren, respectievelijk op St.
Geertruidsdag (17 maart), St. Walburgsdag (1 mei), St. Petersdag ad vincula (1 augustus) en St.
Victorsdag (10 oktober). Stadssecretaris Jacobus van Riemsdijk schreef eind achttiende eeuw in zijn kroniek over de geschiedenis van Hardenberg dat de jaarmarkten nog altijd rond diezelfde dagen gehouden werden.

Concurrentie

Zoals uit de opgaven van het gemeentebestuur in 1855 blijkt, werd iedere dinsdag weekmarkt gehouden voor koorn. Men probeerde zoveel mogelijk concurrentie met andere markten in de omgeving tegen te gaan. Nog in hetzelfde jaar verzocht Stad Ommen ook op dinsdagen weekmarkten te mogen houden voor boter en gewassen. Hardenberg adviseerde Gedeputeerde Staten geen toestemming te geven omdat het de handel op haar markt zou benadelen, temeer omdat vrijdags de grote weekmarkt in Zwolle werd gehouden en er ook nog iedere woensdag een weekmarkt voor land- en tuinbouwproducten was aan de Dedemsvaart onder de gemeente Ambt Hardenberg. De gemeente Stad Hardenberg trok echter aan het kortste eind en Ommen kreeg haar weekmarkt ook op dinsdag. In de daaropvolgende decennia zien we in het archief geregeld correspondentie over verzoeken tot instellen van markten in omliggende plaatsen.

Het nieuwe marktterrein

De markt in Hardenberg maakte in de jaren '80 van de negentiende eeuw kennelijk zo’n groei door, dat het niet langer mogelijk was om alle kramen te stallen op de 'oude markt'. Die oude markt was eigenlijk niets anders dan de omgeving van de huidige Stephanuskerk. De te verkopen beesten werden gewoon rondom de kerk vastgebonden. Op zich is het eigenlijk best vreemd dat Hardenberg nooit een echt marktplein heeft gehad, zoals we dat in andere steden wel zien. Als we bijvoorbeeld op de kadastrale kaart van Hardenberg uit 1832 kijken, zien we nergens een open ruimte dat  aangemerkt is als 'marktplein'. Om toch tot zo'n plein te komen besloot de gemeenteraad op 27 februari 1888 met vier tegen drie stemmen om te proberen het in veiling komende eigendom van de erfgenamen van dokter Frans Willem van Riemsdijk aan te kopen. Tevens werd besloten om - als dat gelukte - aan de nieuwe markt een stadswaag te verbinden. De heer Weitkamp werd opgedragen om op de veiling een bod uit te brengen van 2600 gulden.

Ruim veertien dagen later vergaderde de raad opnieuw. De inwoners van de stad waren duidelijk verdeeld over de verplaatsing van de markt en nog meer over de kosten die daarmee gemoeid waren. De raad had twee petities ontvangen. De ene getekend door 77 ingezetenen die verklaarden voor aankoop van het terrein te zijn en het andere getekend door een kleine 60 personen die zich tegen de aankoop verklaarden. Burgemeester Willem baron van Ittersum hield zich afzijdig door geen advies te geven. Hij vertrouwde erop dat de raad zou beslissen in het belang van de gemeente. Eerder al had men volgens de heer Weitkamp de ondergrond van een schuur en een tuin op de Doelen voor veel minder geld kunnen aankopen, maar toen scheen er geen behoefte aan uitbreiding van het bestaande marktterrein. Hij zei: om een bebouwd terrein te koopen is Hardenbergh afbreken in plaats van opbouwen en een noodelooze geldverspilling. De heer Middendorp was het met de heer Weitkamp eens en meende dat het plein waar het brandspuitenhuisje staat met weinig kosten voor een marktplein kon worden ingericht. Uiteindelijk is de discussie in de gemeenteraad overbodig als blijkt dat het perceel al aangekocht is en wel voor 3350 gulden. De heer Bromet reageert en zegt dat een goed marktterrein noodzakelijk is. De markten zullen dan zeker nog drukker bezocht worden. Een toestand zoals die thans hier bestaat, dat men het vee om de kerk moet vastbinden, willen de menschen niet, aldus Bromet.

Bij de uiteindelijke stemming blijkt dat vijf leden zich voor aankoop en twee leden tegen verklaren. De raad besluit daarom de twee woonhuizen met erven en tuin, afkomstig van de erven F.W van Riemsdijk aan te kopen en te bestemmen tot marktplein, daar zij vermeenen dat hierdoor de bloei en de welvaart dezer gemeente niet weinig zullen worden bevordert. Het betrof de percelen A-48, A-49, A-1185 en A-1186, ter grootte van 0.15 hectare.
Aan het eind van het jaar 1888, toen de markt geheel ingericht was, verzochten een aantal inwoners om alle markten op het nieuwe terrein te houden en geen splitsing aan te brengen.  De heer Weitkamp vertelde in de raadsvergadering dat het plein bij de oude school voor 6 a 7 jaren voor  varkens- en schapenmarkt in orde was gebracht en wenste dat het plein ook nu nog voor dat doel gebruikt zou worden. De heer Bromet reageerde erop door te zeggen dat het bestaande plein te klein is om daar varkens- en schapenmarkt te houden daar bijna alles op de openbare straat komt te staan. Na stemming bleek dat met 4 tegen 3 stemmen besloten werd om de varkens- en schapenmarkt ook te houden op het nieuwe marktplein.

De Eiermarkt

Het huidige Ds. Boumanplein, op de Oude Bosch, is bij velen ook nog bekend als de Eiermarkt. Dit terrein heeft echter niet eens zo lang die functie bekleed. Van 1912 tot 1940 werden er door kippenboeren uit de omgeving eieren te koop aangeboden aan de diverse eierhandelaren. De raad van de gemeente Stad Hardenberg besloot tot instelling van deze weekmarkt op 31 juli 1906, maar eerst nog op een andere locatie: De raad der gemeente Stad Hardenberg; overwegende dat het met het oog op de veerijke omgeving dezer plaats en de verbetering en uitbreiding der verkeersmiddelen; het wenschelijk is alhier in te stellen een wekelijksche markt van eieren, boter en pluimvee en zulks ten goede zal komen van de landbouwers en neringdoenden alhier De Raad heeft verder besloten deze te houden des maandagsmorgens van 8V2 tot 10 uur Valt een dezer markten op een algemeen erkenden christelijken feestdag, dan treedt den eerstvolgenden dag; mits geen feestdag zijnde, daarvoor in de plaats.

Waar deze eerste Eiermarkt gehouden werd, is niet duidelijk. Wel dat genoemd terrein blijkbaar niet geschikt was, want in 1912 besluit het gemeentebestuur de Eiermarkt te verplaatsen naar het plein bij het brandspuitenhuisje, het huidige Ds. Boumanplein. In dat jaar werden zo'n twee miljoen eieren op de markt verhandeld. Een jaar later werd het brandspuitenhuisje afgebroken om plaats te maken voor een overdekte eierenhal. Bij de aanbesteding werd ingeschreven door drie aannemers. Engbert Hamhuis uit Hardenberg bleek de laagste inschrijver voor 515 gulden. De afbraak van het brand- spuitenhuisje werd gegund aan Jan Melenberg voor f. 25,50. Uit een jaarverslag over 1930 kunnen we opmaken dat de markt floreerde. Ruim zes miljoen eieren waren in dat jaar verhandeld op de Eiermarkt. Toch kwam er in de jaren daarna een kentering in de handel. Mede door de algehele economische malaise daalde de vraag naar eieren, waardoor de boeren uit de omgeving niet meer de moeite namen om naar Hardenberg te komen voor de paar centen die ze eraan konden verdienen. Kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog is het dan ook afgelopen met de jaarlijkse eierenmarkt in Hardenberg. De eierhal is dan al buiten gebruik gesteld. De heer Zweers die er tegenover woonde en een rijwielzaak had, bood de gemeente aan om de hal te huren voor een jaarprijs van vijfentwintig gulden, maar dan moest wel eerst het dak worden vernieuwd. Het bestuur gaf aan diverse pogingen te hebben aangewend om de eiermarkt nieuw leven in te blazen, maar was daar nimmer in geslaagd. De burgemeester gaf aan: De kooplui zijn er ook zelf schuldig aan dat de eiermarkt hier verloop en is. Wanneer de landbouwers met hun eieren ter markt kwamen, legden de kooplui geen kooplust aan den dag. Korten tijd voor het sluiten van de markt werden pogingen gedaan om de eieren te koopen. Het gevolg hiervan is geweest dat de boeren hun eieren rechtstreeks naar de pakhuizen in Hardenberg brachten. Ook ging men er later meer toe over om de eieren bij de boeren van huis te halen.

Besloten werd de markthal te verhuren aan de firma Zweers en pas in 1963 werd de overdekte hal gesloopt, waarna het plein als parkeerterrein werd ingericht.

Een baken op de Markt

Wanneer we in het archief naar oude foto's van de markt speuren, zien we daarop vaak een markant gebouw afgebeeld. Dit bouwwerk is in 1926 gerealiseerd en was bestemd om de lange slangen van de brandweer na gebruik te kunnen laten drogen: een droogtoren dus. De bouw werd aanbesteed in juli 1926. Het werd gegund aan de laagste inschrijver: E. Hamhuis & Zoon voor f. 763,- Deze droogtoren stond aanvankelijk in het noordwesten van de grote markt, maar werd in 1936 'verplaatst'. In 'De Vechtstreek' van 16 mei werd van dit gebeuren verslag gedaan: De toren verplaatst. Onze markt groeit. De bekende (droogtoren' (dienende voor het drogen van brandspuitslangen) op het Marktplein is verplaatst. ''Daar moet men niet te licht over denken ",  placht een vooraanstaand man uit deze omgeving te zeggen. Dat gevleugeld woord is ook hier van toepassing. De toren is 13 meter hoog, het voetstuk (van beton) weegt 16.000 kg, het bovenstuk 2.500 kg. Het gebouw is in zijn geheel verplaatst en  wel over een afstand van 40 meter. Dat was een prestatie  en vereiste een geweldige krachtsinspanning. Alles is zonder incidenten afgelopen, alleen  een staalkabel is geknapt. De verplaatsing was gewenst. Het marktplein is groter geworden, het aspect verfraaid. Nu is het transformatorhuisje nog een sta in de weg: als er betere tijden komen en de gemeente 't zich financieel kan permitteren, dient ook dat verplaatst te worden. Want - en dit is verheugend - de aanvoer van vee op onze markten neemt steeds toe. En die groei is een volkomen natuurlijke, zonder dat kunstmiddelen behoeven te worden toegepast! Wat niet van alle markten gezegd kan worden!

'De Vechtstreek', van 22 november 1930: Met een bloedend harte. Het gemeentebestuur heeft zich genoodzaakt gezien - wij houden ons overtuigd dat het met een bloedend harte dit besluit nam - de op het Marktplein staande iepen, die lijdende waren aan de beruchte iep-ziekte, te doen vellen, ’t Is  jammer, want ze gaven, naast schaduw aan menschelijke en dierlijke marktbezoekers, een aardig  cachet aan dit ons stadscentrum. Flinke jonge linden, nu nog op de goederenmarkt staande, worden echter van daar verplaatst en op de Markt geplant. Ze waren reeds aan de marktdrukte gewoon; de verhuizing zal hun dus wel niet al te moeilijk vallen. Mogen ze voorspoedig opgroeien en jaren lang verkwikkende schaduw bieden, mitsgaders tot verfraaiing van ons stedeke strekken.

Doordat de gemeente Stad Hardenberg geen uitbreidingsmogelijkheden meer had voor nieuwbouw van huizen en ook het marktterrein niet naar het noorden toe kon worden uitgebreid, werd door middel van een zeer langdurig proces van grenswijziging tussen Stad en Ambt Hardenberg extra land verkregen. De Vecht was begin 1900 in een ruimere bocht om Hardenberg gelegd en ongeveer dertien hectare grasland tussen de oude en nieuwe Vecht, de zogenaamde Marsch, kon daardoor in 1934 bij het grondgebied van de stad worden gevoegd. Twee jaar later, op 21 maart 1936 schreef de Vechtstreek over de uitbreiding:  

Er wordt druk gewerkt aan het Marktplein. Het terrein voor de 'motten' is klaar; eveneens is de los- en laadplaats voltooid. Omtrent de laatste spreken zij, die er gebruik van maken, met groten lof. In verband met de Veewet moet het marktplein verder worden afgesloten: bij elke toegangsweg moet nl. een dierenarts zijn om het aangevoerde vee te keuren. Er zullen voortaan slechts twee toegangs- wegen zijn. Langs den nieuwen straatweg, beginnende bij den heer Middendorp, zal alleen rundvee mogen worden gevoerd, komende uit de richting Heemse. De varkens uit die richting, alsmede het rundvee èn de varkens uit de richting Oosteind en Fortuinstraat, mogen alleen aangevoerd worden door de straat tussen de smeden Amsink en Borneman.

Op 9 mei 1936 verscheen in 'De Vechtstreek' het volgende artikel:
De Steilwand. Op het Marktplein staat al enige dagen een groot, rond 'ding'. Velen zullen zich hebben afgevraagd waarvoor die 'ton' toch wel mag dienen. Ter opheldering diene, dat die 'ton' een  zoge-naamde Steilwand is. Daar binnen in wordt tegen den wand op motoren gereden. In horizontale richting 'hangen ' de rijders als 't ware daar tegen aan. Aanschouwen daarvan geeft een geweldige sensatie. We hadden wel eens gezien dat twee motorrijders tegelijk erin reden; hier zijn ze met hun drieën; een dame en twee heren!

Uitbreiding en reconstructies marktterrein

In 1948 was de situatie ontstaan dat de marktmeester zich soms geen raad wist om alle kooplieden een plaats aan te bieden op de goederenmarkt. De grote aanvoer van goederen naar de markt vond met name zijn oorzaak in het nog steeds niet voldoende kunnen kopen van diverse artikelen in de normale winkels, als gevolg van de Tweede Wereldoorlog. Door verwijdering van het urinoir en de aanwezige beplanting aan de noordzijde van de goederenmarkt zou het afgesloten effect van de markt enigszins verdwijnen en het marktterrein een enigszins kaal aanzien krijgen. Op het huidige Klepperplein werd indertijd de biggenmarkt gehouden en achterop was de varkensmarkt met laad-en losplaats. De goederenmarkt werd in die tijd op de grote markt gehouden, zoals dat tot zeer recente datum gebeurde. Tien jaar later, in 1958, werd een deel van het marktterrein beklinkerd omdat het in een zeer slechte, bijna onbegaanbare toestand, verkeerde als gevolg van het intensieve gebruik door personenauto's en vrachtauto's.

Op aandringen van de marktcommissie werd in 1961 gekeken naar herinrichting van de markt. De Nederlandse Heidemij had een verbeterings- en uitbreidingsplan voorgelegd dat de volledige instemming had van de marktcommissie. Het oude karakter van de markt bleef behouden, wat zeer belangrijk werd geacht. Voor uitbreiding van het terrein werden onder andere een schuur met ondergrond aangekocht van Roelof Schutte (besteller bij de P.T.T), een oude woning met ondergrond van Hendrik Spanjer (timmerman) en een perceeltje grond van Jan Potgiesser (caféhouder).
Vier jaar later werd het - op hoofdpunten gewijzigde - plan door de gemeente aanbesteed. Daarbij kwam de N.V Aannemersbedrijf J. Niemeijer te Hattem als goedkoopste uit de bus. Voor een bedrag van 396.500 gulden werd door hen riolering gelegd en het terrein heringericht. In latere instantie werd nog extra geld uitgegeven voor het bouwen van toiletten en een kantoorgebouwtje voor de markt- en keurmeester. Op  - maandag - 28 november 1966 werd de gereconstrueerde markt officieel heropend door burgemeester J. Slot. Precies veertig jaar lang heeft het nieuwe terrein plaats geboden aan de goederenmarkt, aan sportmanifestaties en andere feestelijkheden.

Marktmeesters

Toezicht houden op het reilen en zeilen van alle marktzaken was sinds het begin van de twintigste eeuw de taak van de marktmeester. Aanvankelijk was het een functie die door de gemeente veldwachter erbij gedaan werd, maar in latere jaren werd het een afzonderlijke baan. De eerste marktmeester die we bij naam genoemd zien, was veldwachter Johannes Fredrikus Vosjan. Hij nam in maart 1927 afscheid als marktmeester en werd opgevolgd door Hendrikus Johannes Wilmink (1927- ?). Daarna volgenden: Albert Frederik Bodewitz (1938-1941), Wolter ten Brinke (1941-1974), Gerrit Kampman (1974-1981), Jan Hendrik Geertman (1982-1992) en Jan Zweers (1992- heden).

Op 25 maart 1927 schreef het Salland's Volksblad: 
Maandagmiddag na afloop van de markt, hadden zich in 't café Zweers aan de Markt alle marktkooplieden verzameld, om den heer Vosjan, gemeenteveldwachter, bij zijn aftreden als marktmeester te huldigen. Het gemeentebestuur was vertegenwoordigd door de raadsleden Zweers (weth.), De Bruin en Grooters. De burgemeester was wegens ziekte afwezig. In een welsprekende rede wees de voorzitter van de afdeling Overijssel van de marktkooplieden, de heer Zeehandelaar van Zwolle, op de goede kwaliteiten van den heer Vosjan als marktmeester. Als blijk van waardering werd deze namens de kooplieden een leuningstoel aangeboden, alsmede een oorkonde, ondertekend door 31 kooplieden. De hoop werd uitgesproken dat de heer Wilmink, de nieuwe func- tionaris, de voetstappen van zijn voorganger zou drukken. In gelijke zin sprak ook de heer Levie van Meppel, die al 20 jaren de markten alhier bezoekt. De heer Vosjan dankte bewogen voor het mooie cadeau. De heer De Bruin wees erop dat de huldiging van den heer Vosjan het gemeentebestuur zeer aangenaam is; wel is het marktgeld hier misschien hoog (de heer Zeehandelaar had daarop gewezen), maar daar staat tegenover dat het marktplein hier met aanzienlijke financiële opofferingen schitterend is geworden, terwijl het marktbezoek zich steeds uitbreidt. De heer Wilmink gaf de verzekering te zullen trachten een evengoed marktmeester te worden als Vosjan. Na afloop der redevoeringen werden de afgetreden en de nieuwe marktmeester, de raadsleden en de marktkooplieden gekiekt.

Een nieuwe markt

Hardenberg is momenteel de winkelstad van Noordoost-Overijssel en heeft een sterke regionale functie. Om die positie voor de toekomst te waarborgen en te versterken heeft de gemeente Hardenberg gemeend een plan op te moeten stellen - het Masterplan - om een nieuw centrumgebied in het hart van Hardenberg te realiseren. Die plannen houden onder andere in dat de huidige Grote en Kleine Markt onder handen genomen worden. Na oplevering van de nieuwe markt zal het terrein in grootte ongeveer gelijk zijn, maar veel efficiënter in gebruik. De huidige Kleine Markt zal geheel bebouwd worden en door realisatie van een nieuw groot gebouw aan de noordzijde van de markt ontstaat wandvorming. Het gevolg zal zijn dat het terrein veel meer een plein zal zijn. De auto's zullen er niet meer geparkeerd worden, want die kunnen in de grote ondergrondse parkeergarage een plek krijgen. Op de nieuwe Markt, omgeven door gebouwen, zal de bekende maandagse weekmarkt worden gehouden en natuurlijk de festiviteiten in de zomer...

*Met dank aan:

M.J. Groothuismink, Hardenberg
D. Hesselink-Zweers, Hardenberg
J. Woertel-v.d. Veen, Radewijk

Hardenberg, van alle markten thuis - een verhaal uit Tijdschrift Rondom den Herdenbergh jrg. 23 (2006), afl. 4, p. 30-39.

Reacties