Verhaal

Dubbeldam(huizen van naam 30)

Auteur: 
K. Oosterkamp

Een verhaal uit het tijdschrift "Rondom den Herdenbergh" van 2004 21/4 geschreven door K. Oosterkamp.

Net op de grens van (Oud)-Bergentheim en Brucht ligt aan de Hardenbergerweg de boerderij met de naam Dubbeldam. In deze bijdrage zal worden geprobeerd om de geschiedenis van deze boerderij  te beschrijven.  Hiervoor  is  gebruik gemaakt van verspreide  informatie uit  zeer  verschillende bronnen, zowel schriftelijk als mondeling

Een jonkheer sticht een boerderij
De geschiedenis van de boerderij begint in 1924. Toen liet Jonkheer Adriaan Stoop uit Ommen haar bouwen door aannemer J. Meijer uit Heemse. Jonkheer Stoop had in Brucht nogal veel 'woeste grond' aangekocht om te gebruiken als jachtterrein. Hij had zich in 1923 in Ommen gevestigd en bewoonde daar het landhuis De Olde Vechte aan de Zeesserweg. Hij was geboren op 9 april 1879 te Dordrecht en had een opleiding gevolgd voor mijningenieur. Zijn ouders waren Francois Stoop (1850 - 1912) en Anna Fangman (1857 - 1914). Vader Francois was de oudste zoon in een gezin van elf kinderen. Vooral zijn broer Adriaan (1856 - 1935) zou bekend worden als oprichter van de Dordtsche Petroleum Maatschappij in 1887. Deze Adriaan was als mijningenieur in 1879 vertrokken naar Nederlands Oost-Indië. Hij ontdekte toen dat er op Oost-Java olie in de grond zat.
Met steun van familie en anderen verwierf hij zich een aanvangskapitaal om zelf als ondernemer zich bezig te houden met de oliewinning. De onderneming was zeer succesvol en kon worden uitgebreid met een raffinaderij. De DPM onderscheidde zich vooral door vooruitstrevend te zijn in de verwerking van ruwe olie tot bruikbare producten. Ir. Stoop ondervond hevige concurrentie en eigenlijk was hij meer ingenieur dan zakenman, zodat in 1911 een overeenkomst met de 'Koninklijke' werd gesloten waarbij de DPM opging in de werkmaatschappij De Bataafsche Petroleum Maatschappij. Sindsdien zou de Dordtsche Petroleum-Industrie Maatschappij voortleven als houdstermaatschappij met alleen aandelen in de Koninklijke Olie, die mede ervoor zou zorgen dat de welstand van de familie gecontinueerd zou worden.
Vanwege zijn grote verdiensten voor het vaderland werd de heer Stoop in 1921 benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandsche Leeuw. Hij ging niet in op de mogelijkheid om ook in de adelstand te worden verheven. De kinderen van zijn oudste broer Francois, dus ook 'onze' Adriaan en zijn jongste broer Jacob Cornelis en diens kinderen werd wel adeldom verleend, erfelijk in de mannelijke lijn.
Jonkheer Adriaan Stoop is een tijdlang directeur geweest van de houdstermaatschappij DPM, hij was ruim bemiddeld en had nogal wat grond aangekocht in deze streken. In 1920 was hij in Amsterdam getrouwd met Johanna Cornelia de Jonge (1889 - 1990) om zich dus enkele jaren later in Ommen te vestigen. Veel heide- en veengrond werd in het begin van de twintigste eeuw ontgonnen en ook Jonkheer Stoop liet ongeveer honderd hectare ontginnen en stichtte er een boerderij. De eerste bedrijfsleider de heer Verkuil was een van de eersten in Bergentheim die een auto had, ongetwijfeld wist hij zich daarmee een zekere status te verwerven. Na hem werd het bedrijf enige tijd geleid door de heer Wensink.

De naam Dubbeldam

Jonkheer Stoop had bij de stichting de boerderij al een naam gegeven. Nog steeds staat de naam op de zijgevel, maar op een oude foto siert de naam de voorgevel. Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid moet de naam zijn bedacht vanuit de herkomst van de heer Stoop: bij Dordrecht lag het plaatsje Dubbeldam, thans opgenomen als wijk van het zich uitbreidende Dordrecht. De naam van de boerderij moest de herinnering aan zijn geboortestad levend houden.

Gesplitst in tweeën

Na enkele pogingen tot verkoop werd in 1933/1934 de boerderij verkocht aan mevrouw Helena Johanna Savrij, vanaf 1936 weduwe van G. J. Droste, de chocoladefabrikant. Het bedrijf werd gesplitst in tweeën: boerderij Dubbeldam met 55 hectare werd verpacht aan de familie P. Dijkstra uit de omgeving van Lemmer, terwijl de familie Bouma ging boeren op de nieuwe boerderij (45 hectare) met de naam Helenahoeve (genoemd naar mevrouw Helena J. Droste-Savrij).


In 1955 zou hoeve Dubbeldam eigendom van de familie P. Dijkstra worden. Na de heer Dijkstra ging in 1968 de boerderij over in handen van de familie H. E. Salomons. Het was toen nog een gemengd bedrijf en de heer Salomons, die van huis uit meer akkerbouwer was, vergrootte het aandeel akkerbouw tot ongeveer twee derde van het bedrijf. In wisselteelt verbouwde hij aardappelen, suikerbieten en granen.
In 1976 werd na de ruilverkaveling het bedrijf teruggebracht tot ongeveer dertig hectare en verkocht aan de familie R. Veltink en vervolgens in 1988 aan familie H. J. Bergink. De akkerbouw was inmiddels afgestoten, het was nu alleen nog een melkveehouderij. Sinds november 2000 oefent de familie G. van Walderveen er het boerenbedrijf uit. Stadsuitbreiding in de gemeente Bunnik bij Utrecht was er de oorzaak van om naar iets anders om te zien en Dubbeldam was te koop. Merkwaardig dat ook deze familie 'uit het westen' behoefte voelde om de herinnering aan de plaats van herkomst levend te houden: naast de boerderij staat een bord met de namen 'Werkhoven' (de plaats waar hun oude boerderij stond) in de 'Gemeente Bunnik'.
Met dank aan mevr. F. Kampman-Herbert en de heren H. E. Salomons, Jonkheer A. Stoop (Dordrecht) en fam. G van Walderveen
Bronnen:Gemeentearchief Hardenberg H. van Voorst Vader - Duyckinck Sander: Leven en laten leven, een biografie van ir. Adriaan Stoop 18856- 1935. Haarlem, 1994 G. Steen: Ommen rond de 19de eeuw. Ommen, 1982

Lees ook andere verhalen uit dit tijdschrift :   https://www.onderzoekoverijssel.nl/detail.php?nav_id=1-3&id=274593695

Het verhaal van de Helena hoeve staat :   https://www.onderzoekoverijssel.nl/detail.php?nav_id=1-3&id=274579240

 

 

 

Reacties